ArtikelenZ!

De kinderen van Møkum, en ik

Toen filmmaker Dikla Zeidler kraakgroep Kinderen van Møkum ontmoette, dacht ze: hier ligt de kiem van een nieuwe kraakbeweging.

Een jongen duwt met al zijn kracht een halve sinaasappel door een ouderwetse pers. Een lang dun vlechtje valt langs zijn voorhoofd als hij vooroverbuigt. Op de achtergrond een kamertje, gevuld met jonge mensen die om het hardst met een grammofoonplaatje meezingen: ‘Laten wij allen gaan doen wat we willen! Zonder te schreeuwen en zonder te gillen!’ Pannenkoekenstroop en poedersuiker staan klaar op het aanrecht, voor de pannenkoekenavond.

Het is 20 januari 2019. Een groep Amsterdamse jongeren trekt op dat moment al een klein jaar van kraakpand naar kraakpand door de stad. Ze zijn jong, sommigen net van de middelbare school af, een enkeling nog niet eens. En ze voelen zich op straat gezet door hun eigen stad. Een plek om te wonen is er niet voor hen, creatieve broedplaatsen zijn steeds schaarser. Kinderen van Møkum, noemen ze zich. Het is een stormachtige vriendengroep, energiek, creatief-activistisch, en vastberaden om de stad terug te pakken.

Als filmmaker Dikla Zeidler (1984) in contact komt met de groep, weet ze het meteen. Hier ligt de kiem van een beweging die de stad gaat veranderen. ‘En ik ga hier een film over maken.’ Een half jaar lang doet ze research voor een klassieke, observerende documentaire over de groep. Een coming of age-film in een kraakpand, zoiets moet het worden.

 

Wanneer ontmoette jij de Kinderen van Møkum?

‘Begin 2018 hoorde ik voor het eerst over de groep. Ik was toen nog bezig met een film over een sociaal-anarchistische kibboets in Israël. Kinderen van Møkum had al eerder gekraakt, maar nu werd het eerste officiële pand geclaimd en dat kwam heel groot in het nieuws. Ik werd daar meteen heel enthousiast van. Vlak daarna vertelde mijn stiefdochter dat ze zich bij hen had aangesloten. Daarmee had ik ook toegang tot de groep.’

Wat was je indruk?

‘Ik ging naar hun derde officiële kraakpand, Het Kløkhuis, aan het Zeeburgerpad in Oost. Kinderen van Møkum is een hechte vriendengroep en ik was erg onder de indruk van hun innige band. Ik merkte dat ze zich heel erg thuis voelden bij elkaar, echt als een zelfgekozen familie. Ergens is dat natuurlijk ook wel een beetje intimiderend, want daar kom je niet zomaar tussen. Maar het voelde heel natuurlijk en heel energiek. Ik had echt het gevoel: ik ben bij het begin van een beweging. Ze waren heel actief, gingen vaak naar demonstraties. Er waren elke week optredens, muziek en theater, en er was een volkskeuken – een VoKu – waar elke week tussen de 40 en 90 mensen op af kwamen.’

Hoe activistisch is de groep?

‘Het begon heel activistisch, met een antikapitalistisch manifest en dat soort dingen. Maar het zijn ook heel creatieve, artistieke mensen, die een soort performance-activisme bedrijven. Begon Thierry Baudet over de uil van Minerva en de boreale wereld, dan serveerden ze de volgende dag ‘Boreaal Royaal’ in de VoKu. Een gerecht met gefrituurde pastinaak en andere vergeten groenten. Ik vond dat soort dingen heel grappig.’

 

Een kantelmoment

Op een dag krijgt Kinderen van Møkum bericht dat het pand ontruimd moet worden. De jongeren gaan nog wel in beroep, maar pakken al hun spullen vast in. En dan krijgen ze, tot hun eigen verbazing, bericht dat ze de rechtszaak hebben gewonnen. Ze mogen blijven in Het Kløkhuis. Het is een kantelmoment. Een dag van grote euforie en nieuwe energie om de boel te gaan opknappen en nieuwe plannen te smeden.

Maar in de periode daarna lijkt ook langzaam iets te verdwijnen. Het lijkt wel alsof het protest van de Kinderen van Møkum minder krachtig wordt, juist nu er een vast pand is om te verblijven en ze even niet meer worden opgejaagd. Tegelijkertijd wordt het ze ook heel moeilijk gemaakt. Water en elektriciteit wordt afgesloten, waarna de jongeren vernikkelen in een donker gebouw, waar ze door corona ook nog eens niet veel meer kunnen organiseren. Na twee jaar komt er langzaam een einde aan Kinderen van Møkum en hun verblijf in Het Kløkhuis.

Zeidler is teleurgesteld. De grote beweging die ze verwacht had, bleef uit. In een voice-over: ‘Stappen ze er nou zomaar uit? We zouden de wereld toch veranderen? Ik snap het niet, en ik kan me er ook niet bij neerleggen.’ Ze besloot haar teleurstelling ook uit te spreken in interviews met de jongeren.

Wanneer besloot je dat je zelf een positie zou innemen binnen de film?

‘Ik was van plan een observerende film te maken, maar de jongeren waren zich steeds heel bewust van de camera en zochten voortdurend de interactie met mij. Ik werd er eigenlijk steeds ingetrokken. Daarbij had ik het idee dat het goed zou werken om het gesprek met ze aan te gaan, om er zo hun eigen reflectie op de situatie in te krijgen.’

‘We zijn allemaal wel een beetje teleurgesteld’, zegt iemand in de film. ‘Er was geen sociale controle meer’, zegt een jonge vrouw. ‘Iedereen was vet laks. Op een gegeven moment wordt het gewoon te vies en onbruikbaar.’ Een ander: ‘Het wordt denk ik onderschat hoeveel moeite het kost om iets met je idealen te doen.’


Heb jij uiteindelijk wel het idee dat ze iets tot stand hebben gebracht?

‘Ik weet wel dat de groep die eind vorig jaar Hotel Møkum kraakte ook de VoKu’s in Het Kløkhuis bezocht, en dat ze daar geïnspireerd zijn geraakt om ook te gaan kraken. Zij hebben het zelf gedaan, maar de Kinderen van Møkum hebben wel geholpen om het pand bewoonbaar te maken. Kinderen van Møkum is er ook best trots op dat ze uiteindelijk toch iets teweeg hebben gebracht dat voortleeft. Daar denk ik ook aan als ik bijvoorbeeld naar de Woonprotesten kijk. Die hebben waarschijnlijk niet meteen effect, maar ze kunnen wel van alles in gang zetten voor een ander beleid op de langere termijn.’

De jongeren zelf hebben daar dan niet zoveel aan, toch?

‘Nee, de meesten uit de groep huren nu toch een kamer. Sommigen zijn gaan werken, sommigen studeren. Het is nog steeds een vriendengroep, maar ze zijn niet meer onder de naam Kinderen van Møkum actief. Ik vind het wel belangrijk om te zeggen dat ik in de film op een specifiek moment inzoom: het moment waarop het allemaal moeilijker begint te gaan. Maar dat is een momentopname. In de periode daarvoor waren ze heel actief, en nu gaat het leven gewoon door en zoeken sommigen van hen naar andere manieren om hun activisme vorm te geven. Ik wilde in eerste instantie graag een succesverhaal filmen, maar ik realiseerde me tijdens het maken ook dat het zo niet altijd loopt in het leven. We zijn wel erg gefocust op succesverhalen. Ik vond het juist wel interessant om ook te laten zien waar zo’n strijd ook ingewikkeld wordt.’

Want de woningmarkt verander je niet zomaar.

‘Zo’n strijd kost heel veel energie. Het is ergens ook wel een privilege om te kunnen kraken. Dat vraagt zo veel van je, dat red je niet als je echt aan het overleven bent. Maar ze hebben altijd een paar mensen opvang geboden die tijdelijk geen ander onderkomen hadden of die simpelweg niets anders konden betalen. Want laten we wel wezen: het is gewoon niet normaal dat je voor een kamer in Amsterdam 600 of 700 euro betaalt. Ik ben 37 en in mijn tijd begon het zo’n beetje bij 300. Zo dwing je jongeren dus thuis te blijven wonen of met een enorme schuld aan hun carrière volwassen leven te beginnen.’

Wat heeft het optrekken met de groep jou gebracht?

‘Ik ben de eerste drie jaar van mijn leven opgegroeid in een kibboets in Israël. Sindsdien ben ik gefascineerd door zo’n soort van commune, zo’n grote familie waarmee je alles doet. Tegelijkertijd word ik ook heel benauwd van groepen. Op ideologische gronden ben ik het heel erg eens met wat de Kinderen van Møkum deden. Er was een tijd dat ik veel minder gehoor gaf aan mijn idealisme, maar door hen ben ik zelf ook weer vaker naar demonstraties gegaan. Want ik vind oprecht: als je alleen kraken aanpakt, is dat symptoombestrijding. Maak speculatie onmogelijk, er staan nog steeds panden twintig jaar leeg in Amsterdam terwijl anderen wegtrekken omdat er geen plek meer voor ze is.’

De Kinderen van Møkum, en ik is terug te kijken via NPO Start.