in Reporters Online

Het Papieren monument voor de papierlozen van Domenique Himmelsbach de Vries

Wie regelmatig in Amsterdam komt, kan ze bijna niet gemist hebben: de zwart-wit portretten op glasbakken, muurtjes en in tunnels. Kunstenaar Domenique Himmelsbach de Vries legde de gezichten van ongedocumenteerden in de stad vast in houtsnedes. Afdrukken daarvan verspreiden zich nu in rap tempo door Amsterdam. ‘Het is een soort clustercadeau.’

Tekst: Brechtje Keulen | Fotografie: Piet Hermans

 

 

Hoe kwam jij als kunstenaar met ongedocumenteerden in aanraking?
‘Ik had ooit stickers door het hele land verspreid, in de vorm van een Nederlandse vlag met daarop de tekst: “Asielzoekers zijn okay”. Een poging om Nederlands nationalisme voor een sociaal doel in te zetten. De vlag is gek genoeg een symbool van uitsluiting. Ik had daarvan ook een enorme lichtinstallatie gemaakt, en die wilde ik een paar jaar geleden aan de Vluchtkerk geven. Maar zij vroegen me of ik een workshop wilde geven aan de bewoners: de groep ongedocumenteerden van Wij Zijn Hier. Om iets te maken dat uiteindelijk meer zichtbaarheid kon creëren. Toen heb ik besloten daar workshops houtsnijden te gaan geven.’

 

Waarom houtsnijden?
‘Het is een niet heel moeilijke techniek met een rijke sociale traditie van pamfletten en verzetsposters. Ik had bedacht dat de mensen elkaar zouden gaan vereeuwigen in portretten. Die portretten hebben we afgedrukt in de vorm van een krant.’

 

Het papieren monument voor papierlozen. Papier heeft iets fragiels.
‘Het rot, het waait weg, er kan iets overheen geplakt worden. Het is eigenlijk haast het tegenovergestelde van een monument.’

 

Hoe waren de reacties?
‘De mensen konden nauwelijks stilzitten, ze waren zo onrustig. Na een jaar hadden we dertig portretten. Het moest nog wat substantiëler worden, monumentaal, en daarom ben ik behalve met collega-kunstenaars ook met een fotograaf samen gaan werken. We hebben uiteindelijk zestig portretten gemaakt, en die laten afdrukken. Die koppen moesten gewoon in de stad hangen.’

 

Wat wilde je bereiken?
‘Je hoort heel heftige verhalen. Deze mensen hebben de meest verschrikkelijke dingen meegemaakt. De posters zijn een soort Paard van Troje: in eerste instantie zijn het mooie portretten. Pas als je verder gaat zoeken, vind je het idee erachter. Zo wilde ik mensen bereiken die niet in mijn belevingswereld zitten.’

 

Het zijn verhalen die je niet vaak hoort.
‘Ik voelde dat ik een soort toeschouwer was. In dit project ging ik een relatie aan met deze mensen. De vreemdeling ging door mijn handen en ogen. Dat is een verbinding die ik als Nederlands kunstenaar maak, waardoor zij onderdeel worden van onze cultuur. Nog mooier zou natuurlijk zijn als ze uiteindelijk in de collectie van bijvoorbeeld het Rijksmuseum worden opgenomen.’

 

Ben je veel aan het plakken?
‘Ik heb nog 6000 kranten thuis liggen, en ze zijn dubbelzijdig gedrukt, dus alles bij elkaar zijn dat 45000 posters. Ik zou het heel tof vinden als mensen zelf willen gaan plakken. Je kunt gewoon met behangplak aan de slag gaan, of een krant weggeven aan iemand die de posters wil verspreiden. Dan wordt het een soort clusterbom, of een clustercadeau.’

 

Ben je activist?
‘Ik denk dat men mij activistisch kunstenaar zou noemen. Ik ontken dat. Activisten wijzen meestal enkel problemen aan. Dat is mijn strategie niet. Ik onderzoek liever mijn eigen relatie tot het probleem. Zo heb ik bijvoorbeeld ook de Wilders Webwinkel bedacht.’

 

Wilders Webwinkel?
‘Ik kreeg een startsubsidie voor kunstenaars, de WWIK, en die hield op. Wie was daarvoor verantwoordelijk? Populistische politici die kunst een “linkse hobby” noemen. Zij vinden aansluiting bij het volk, kunstenaars heel weinig. Toen ben ik gaan denken: kunnen we niet hun strategie gebruiken om van de kunst te kunnen leven, en de kunst ook bij het volk te brengen? Ik heb toen een winkel opgericht met Wildersspullen: een dekbed, deurmatten, en zelfs een Mens doe eens normaal-bordspel. Het stelde me ook voor de vraag: wat gebeurt er met mij als ik elke dag mijn werk aan Wilders wijdt? Dat voelt fout, Wilders is mijn tegenpool. Hoe kan ik met zo’n vraagstuk omgaan op een manier die iets oplevert en niet alleen maar boosheid aanwakkert? Inmiddels staan de rechten trouwens te koop. Ik wil er wel weer vanaf. Ik ben een soort ideeëngenerator, maar ik wil uiteindelijk niet alles draaiend houden.’

 

Dit interview verscheen eerder in Z!, de Amsterdamse straatkrant.