ArtikelenZ!

Onzichtbare patiënten

De artsen van Kruispost behandelen onverzekerde patiënten. Ik liep een avond mee op het spreekuur van straatarts Tom Matthews.

illustratie: Isa Grütter

‘Mijn oor is doof’, zegt Odete. ‘Ongeveer vier dagen.’ De Braziliaanse vrouw is eind zestig en al twintig jaar ongedocumenteerd in Nederland. Ze vertelt in korte zinnen dat ze hoofdpijn heeft, en dat ze aan een kant niks meer hoort. ‘We gaan eens even kijken’, zegt huisarts Tom Matthews, de huisarts van dienst bij Kruispost, de huisartsenpraktijk voor onverzekerde mensen. Hij pakt een oorkijker, die met een kringelsnoer aan de wand vastzit. ‘Eerst even aan de goede kant.’ Hij tuurt geconcentreerd in haar oor. Daarna kijkt hij naar de andere kant. Odete vertrekt haar gezicht. ‘Beetje pijn!’ zegt ze. Matthews knikt en pakt zijn telefoon erbij. Op luide toon zegt hij tegen de vertaalapp: ‘Uw gehoorgang is heel nauw. Ik denk dat er oorsmeer achter zit, dat er niet uit kan. Ik ga uw oren uitspuiten met wat water om te kijken of we het oorsmeer weg kunnen halen.’

Een uurtje eerder stond Matthews nog in de keuken van Kruispost. Als hij rechtop staat, raakt zijn hoofd bijna het plafond in het kruip-door-sluip-door pand aan de Oudezijds Voorburgwal. Hij praat snel, lacht veel, doet van alles tegelijk en benadrukt steeds: het gaat hier om de mensen. Hij heeft er al een complete werkdag op zitten in zijn vaste praktijk, Dr. Valckenier. Van 20:00 tot 22:00 draait hij hier nog een spreekuur in de praktijk voor onverzekerde mensen. Patiënten zijn mensen die dak- of thuisloos zijn, arbeidsmigranten uit de EU zonder huisvesting of ongedocumenteerden zoals Odete. Het is er druk: vorig jaar waren er zo’n 11 duizend consulten. Ze hebben twee spreekuren per dag, en de artsen werken er vrijwillig. ’s Avonds komen er veel mensen die overdag werken. Bijvoorbeeld in de horeca of schoonmaak.

Kruispost is hard nodig in een harde wereld. ‘Dak- en thuisloze mensen gaan bijvoorbeeld 14 tot 16 jaar eerder dood dan de gemiddelde Nederlander’, benadrukt Matthews. ‘Er is geen ziekte die dat voor elkaar krijgt.’ De patiënten die hier komen hebben recht op zorg – dat heeft iedereen – maar ze kunnen vaak geen plek vinden waar ze geholpen worden. Huisartsen wijzen hen nog vaak af omdat de administratieve last te hoog is of omdat ze niet in het juiste postcodegebied wonen. Ziekenhuis werpen drempels op die de toegang tot zorg belemmeren. ‘Mensen krijgen dan een rekening van 460 euro in hun handen geduwd, nog voor ze zorg hebben gekregen.’

Nu pakt Matthews in de spreekkamer twee niervormige schaaltjes en vult een grote metalen spuit met water. ‘Hou uw hoofd maar een beetje schuin.’ Het water uit de spuit bruist en spettert in Odetes oor. Zij knijpt haar ogen dicht. ‘Beetje pijn!’ zegt ze zachtjes. Voorzichtig spuit hij nog een paar keer water in haar oor. ‘Er komt niet echt wat, alleen wat flubbertjes.’ En Odete is nog even doof als daarvoor. Hij legt de spullen neer en zegt: ‘U krijgt druppeltjes. Drie druppeltjes per dag. Ik hoop dat de zwelling dan afneemt. En over een week komt u terug om nog een keer uit te spuiten. Goed?’ Odete lacht vriendelijk, slaat haar sjaal om zich heen en groet de dokter.

 

Geen halve zorg

Matthews schuift zijn stoel naar achter. ‘Neem zo’n oor. Is het acuut? Nee. Maar als ik niks doe, wordt het wel acuut. Je kunt je voorstellen wat er dan gebeurt. Wij zien hier heel vaak verregaande complicaties van heel gewone ziektes.’ Hij schudt de voorbeelden zo uit zijn mouw. Wie geen medicijnen krijgt tegen hoge bloeddruk, kan eindigen met een kapotte nier. Stress kan tot diabetes leiden. ‘Ik doe dit werk omdat ik het menselijk leed belangrijk vind’, zegt Matthews. ‘Maar dit geldverhaal vertel ik ook, want dat begrijpen mensen.’

Als de nieuwe Asielwet wordt aangenomen, worden de patiënten strafbaar. Ze zijn al enorm goed in onzichtbaar zijn, maar de kans is groot dat ze zich nog meer zullen gaan verstoppen en zich later zullen melden, met alle risico’s van dien. ‘Ik verwacht ook dat mensen zich bijvoorbeeld iedere keer onder een andere naam aanmelden, omdat ze bang zijn om op de radar te komen bij instanties’, zegt Matthews. Ook dat kent risico’s: het is voor een arts heel belangrijk om iemands medische voorgeschiedenis te kennen en een behandeling waar nodig te kunnen voortzetten.

 

Pillendoosjes

In de spreekkamer zitten nu twee vrouwen, allebei uit Brazilië. Ana is 57 jaar, ze werkt sinds twee jaar als schoonmaakster in Nederland en ze komt hier voor het eerst. Haar vriendin is mee om te vertalen. Matthews vraagt of ze eerder medische klachten heeft gehad.

‘Nee, niks’, zegt Ana.

‘Waar heeft u nu last van?’

De vrouwen overleggen even, en dan zegt de vertalende vriendin: ‘Ze heeft niks.’

‘Wat brengt u dan hier?’

Dan legt Ana drie doosjes pillen op tafel. ‘Deze zijn op en ze heeft nieuwe nodig.’ Matthews schatert, samen met de dames. ‘Aha, dus u bent wél bekend met een hoge bloeddruk!’ Ana knikt. ‘Ik gebruik ze al 35 jaar!’

Matthews meet haar bloeddruk en draait zich naar de computer om te checken of de dosis klopt. ‘Ik heb me voorgenomen om nooit zomaar voor te schrijven wat een andere arts heeft voorgeschreven.’

De vrouwen praten zachtjes met elkaar. ‘Oh my God!’ roept Ana’s vriendin dan. ‘Ze zegt nu dat ze ook diabetes heeft!’

‘En heeft ze daar ook medicijnen voor?’

Ana schudt trots haar hoofd. ‘Ze is er zelf mee gestopt. Ze is gezond gaan leven en toen is ze twintig kilo afgevallen.

‘Hoe?!’ vraagt Matthews. ‘Dat wil ik ook!’

Voor de dames het spreekuur weer verlaten, zegt hij: ‘Als ze erge dorst krijgt, moet ze wel meteen weer terugkomen.’

 

Werken als straatarts

Werken als straatarts is soms anders dan in een reguliere praktijk. Je moet opletten, doorvragen, in korte tijd een volledig beeld zien te krijgen van een patiënt die een leven leidt dat je je misschien zelf niet kunt voorstellen. Detoxen kan niet als je op straat leeft, dat is levensgevaarlijk. Medicijnen als betablokkers moet je ook niet aan een buitenslaper voorschrijven, want het kan levensgevaarlijk voor iemand zijn om niet alert te zijn. Er zijn mensen die met onduidelijke klachten komen, die soms voor iets anders staan: achter lage rugpijn gaat soms verdriet of heimwee schuil, maar soms ook arbeidsuitbuiting. Patiënten verwachten soms dat ze altijd medicijnen krijgen, zoals dat in hun thuisland gebeurt, of ze komen met klachten die ons onbekend zijn. Matthews kreunt als hij een voorbeeld op de lijst ziet staan voor vandaag: ‘Heat of the body. Dat vind ik heel moeilijk. Dat kan ik eigenlijk gewoon niet, ik denk dat ik die aan iemand anders laat. Heat of the body keert regelmatig terug, en het is een gevoel waarvan ik niet goed weet wat ik ermee moet.’

De co-assistent klopt op de deur. Een spreekkamer verder zit iemand met blaasontsteking en koorts. Ze heeft eerder al eens een niersteen gehad. ‘Als we de medicatie nog hebben, wil ik die eigenlijk meteen aan haar meegeven’, zegt ze. ‘Ze moet eigenlijk nu meteen starten en de enige apotheek die nu open is, is in OLVG West.’ Matthews knikt. ‘Meteen mee starten inderdaad. En als het erger wordt, moet ze ook meteen terugkomen, want dan kan het echt gevaarlijk zijn. Zeg je dat er nog even bij?’

 

Rampjaar

Aan het einde van de avond zitten de artsen bij elkaar in het keukentje. ‘Hoe was het?’ vraagt iemand. ‘Ja, goed’, zegt een ander. ‘Ik had allemaal interessante huidproblemen vandaag.’ De sfeer is opgewekt, al ziet ook iedereen de bedreigingen.

‘Ik hou mijn hart vast voor alles dat eraan komt’, zegt Matthews. Hij heeft het over de Asielwetten, maar ook over de financiering van gemeenten, het beëindigen van de LVV, waar ongedocumenteerde mensen nu nog onderdak hebben. ‘Je bespaart natuurlijk wel, maar de rekening komt ergens anders te liggen. Ik ken een man die van een steiger viel en ontslagen werd. Hij en zijn vrouw verloren hun onderkomen en sliepen in het park. Binnen drie dagen was hun telefoon gestolen – de belangrijkste manier om weer werk te vinden – en was de man gaan drinken. Als je er dan bij bent, kun je mensen helpen, een verschil maken. Maar dan moeten we er wel in die vroege fase zijn. De zorg moet toegankelijk zijn.

‘Ik blijf strijden voor toegankelijke zorg. Ik weiger te accepteren dat het systeem zo faalt’, zegt Matthews. ‘Het klopt gewoon niet. Ik wil dat systeem fixen. Moet je kijken: veel van onze patiënten van vanavond zouden strafbaar worden. Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat geen van de mensen die ik gezien heb ooit iets crimineels heeft gedaan. Sterker nog: ze zijn enorm veerkrachtig en ze redden zich eigenlijk heel goed. Veel mensen zijn hier om te werken. Even, of soms twintig jaar, en daarna willen ze terug. Die kunnen een verzekering best betalen. Ik wil dat ze een verzekering kunnen afsluiten. Dan geven we iedereen een eerlijke kans.’

 

Dit artikel verscheen in september 2025 in Z!, de Amsterdamse straatkrant