in Reporters Online

Een kijkje achter de schermen van de stad: de ruelles van Montréal

Niks zo leuk als in een grote stad van de gebaande paden afwijken. In de Canadese stad Montréal kom je dan terecht in een wirwar van steegjes, die achter huizen langs lopen, en waar je urenlang door kunt dwalen. Je loopt er in stilte langs balkons, onder handdoeken en onderbroeken aan de waslijn, en tussen de palen met elektriciteitsdraden, waar zo nu en dan een eekhoorn overheen rent. Vanaf vrijwel iedere straat hoef je maar twee keer een hoek om te slaan, en je loopt achter het decor van de stad.

Tekst en fotografie: Brechtje Keulen

Montréal heeft 4000 van zulke steegjes, de zogenaamde ruelles. Allemaal bij elkaar vormen ze een netwerk van 475 kilometer lang. Ze staan niet op de kaart, ze hebben geen naam, en als je er niet doelbewust instapt, merk je niet dat ze bestaan. Een parallel stratenplan waarin je eindeloos kunt dwalen. En waarin omwonenden zélf, en zonder al te veel regels, de ruimte kunnen vormgeven.

 Toen ik een paar maanden in Montréal verbleef, kreeg ik af en toe berichten van mijn buren, die me telkens maar weer op ‘onze’ ruelle wilden wijzen. Van ‘We vieren Halloween dit jaar in de ruelle’ en ‘Crowdfunding voor een muurschildering in de ruelle’ tot een geagiteerd ‘Wie gooit er verdorie steeds zijn afval in de ruelle? Geef de eekhoorns maar niet de schuld.’ Wat was er met dat stukje semi-publieke ruimte achter ons huis? Waarom bekommerde iedereen zich erom?

Achterafstraatjes
Ruelles
zijn smalle straten, meestal iets meer dan een steeg, maar minder dan een weg, en soms niet breder dan een wandelpad. Ze werden ooit aangelegd om de minder mooie kanten van de stad aan het oog te onttrekken. Vuilnis werd daar opgehaald, kolen en brandhout werden er geleverd, mensen hingen er hun wasgoed te drogen en zijn er later auto’s gaan parkeren. Zoals in de meeste Noord-Amerikaanse steden heeft het stratenplan van Montréal een rasterpatroon. Wegen lopen kaarsrecht en zijn vaak kilometers lang. Verdwalen is er moeilijk. Ruelles snijden dwars door dat blokkenpatroon heen.

Maar zoals het gaat met ruimtes die niet veel gezien worden: die staan onderaan de prioriteitenlijst als het om onderhoud gaat. De meeste ruelles zijn volgestort met asfalt, dat inmiddels vol gaten en scheuren zit, of ze zijn bestraat met kierende en afbrokkelende betonplaten. Er staan plassen, want regen- en smeltwater kan nergens naartoe. Mensen zetten er troep neer die ze in huis niet meer kwijt kunnen, er liggen soms stapels autobanden of vuilniszakken.

Stel je voor dat al die 4000 achterafweggetjes eens een goede opknapbeurt zouden krijgen? De gemeente Montréal zag het wel voor zich. Die 475 kilometer aan rommelige paden zou worden omgetoverd tot aangename wandelroutes, speelplekken en achtertuinen. Een hele hoop grootstedelijke problemen zouden er in een keer mee kunnen worden aangepakt: 475 kilometer ‘groen’, betekent meer biodiversiteit, schonere lucht, een betere afwatering en meer verkoeling in de hete zomers. Een gezellige ruelle zou ook zorgen voor meer sociale cohesie: buren gaan vaker wandelen of buiten zitten, ze hebben meer contact, hun kinderen kunnen er spelen en sporten en lopen erdoor naar school. Iedere ruelle die werd omgetoverd, zou zich officieel ruelle verte mogen noemen: groen steegje. Er was maar één probleem: er was geen geld.

 


Groentetuintjes

‘Het is geen gemakkelijke opgave’, vertelt Roberto García, die sinds 2013 in het stadsdeel Rosemont-La Petite Patrie probeert zo veel mogelijk steegjes ‘groen’ te maken. Dat er geen geld is, vind iedereen die de wegen in Montréal kent logisch. Vier of vijf maanden per jaar is het winter in de stad en liggen temperaturen ver onder nul. Als de sneeuw in het voorjaar smelt, komen overal in het wegdek scheuren en gaten aan het licht. De overige maanden van het jaar is de stad bezig het asfalt weer te herstellen, tot de bewoners horendol worden van het gehak, gebik, en geplavei. Roberto García stond dus voor een uitdaging: kilometers ruelle aanpakken, voor zo weinig mogelijk geld.

García stapt door de besneeuwde ruelles om te laten zien wat er allemaal mogelijk is in de mooiste straatjes die hij tot nu toe heeft gezien. Juist doordat de gemeente zich er niet te veel mee bemoeit, kunnen bewoners er fantastische stukjes stad van maken, waar bijna alles mag en kan.

‘Faire son épicerie ici, c’est gratuit’, staat er op een houten bordje in de eerste ruelle die García wil laten zien. Ofwel: boodschappen doen is hier gratis. De ruelle staat vol bakken aarde die samen een moestuin vormen. Er staan nog een paar kolen in de aarde en er hangen kleine bruine tomaatjes aan verdorde staken. Je kunt zien dat dit in de zomer een levendige pluktuin kan zijn voor de buurt. Schuttingen zijn vervangen door afscheidingen van wilgentenen. ‘Kom hier eens kijken’, wenkt García. ‘Ken je deze struik?’ Naast wijnranken en bramen groeit een grote groene hopplant. ‘Ik ben hier heel enthousiast over. Een lokale bierbrouwer komt de hop ophalen, en gebruikt die weer in zijn drank.’

Sleeschans
Om een ruelle aan te kunnen pakken, moeten minstens vijf bewoners zich bereid verklaren de kar te gaan trekken. Zij moeten hun buren overtuigen dat het de moeite waard is iets met de steegjes te doen. Samen met Roberto García bekijken ze wat zij graag zouden willen. Moeten de straatjes autovrij worden? Gaat het asfalt eruit, of kiezen ze liever voor plantenbakken? Komen er speeltoestellen, zithoekjes of hinkelpaden? En wie helpt er mee? Écoquartier, de organisatie van García, helpt om het asfalt of beton te verwijderen. Mensen die daar de apparatuur niet voor hebben kunnen het zelf niet, en het is uiteindelijk de duurzaamste oplossing als je een straat wil vergroenen. Bovendien helpt het om andere doelen te bereiken, zoals een betere afwatering en verkoeling in de zomer. Écoquartier zorgt ook voor afgedankt stadsmeubilair: bankjes die elders in de stad vervangen zijn, plantenbakken met een buts, en betonnen pionnen die op zijn kop in een kruk kunnen veranderen. Alle andere dingen organiseren bewoners zelf.

Twee blokken verder houdt García weer even stil. ‘In tegenstelling tot in de meeste ruelles zijn hier de mannen heel actief’, zegt hij. Hij wijst op alle attributen die de buren hebben aangebracht in het stukje weg achter hun huis: een badmintonnet dat je dwars over de ruelle kunt spannen, met een kist vol rackets en shuttles erbij. Een koker met ijshockeysticks. Een eigen hoekje voor volwassenen, met een minibibliotheekje, een flesopener die aan de schutting vastzit, met daaronder een bakje voor de vallende bierdopjes. Pronkstuk is een houten speelhuisje met ladder en glijbaan. ‘Als je goed kijkt zie je dat de ruelle een beetje afloopt’, zegt García. ‘Als er veel sneeuw ligt, zetten ze dat huisje in het midden neer, en wordt het een schans waar je vanaf kunt sleeën.’

Totempaal
De meeste steegjes lopen tussen twee rijen huizen door, en hebben vier ingangen. ‘Het leukste zijn de ruelles die zijn afgesloten’, zegt García. ‘Daar kun je zó veel mee doen.’ Plotseling staan we voor een gigantische totempaal, volgetimmerd met kleine gekleurde bordjes die in allerlei richtingen wijzen. Op de bordjes staan namen. ‘Ze wijzen naar de huizen van alle kinderen in dit blok’, zegt García. ‘Als er een kind geboren wordt, komt er een bordje bij.’ In veel ruelles zien we vrolijke handgeschilderde bordjes, basketbalnetjes en drinkbakken voor voorbijkomende honden en katten. Maar er kan nog veel meer. We lopen langs een gedeelde koelkast, die voedselverspilling tegen moet gaan, hinkelspelletjes, insectenhotels, en straatjes die speciaal zijn ingericht voor straatfeesten of openluchtfilms. Schommels, een piratenschip, kerstbomen en zelfs: een mini-wijngaard.

Helaas lukt het niet om iedere ruelle autovrij te maken. Veel mensen zijn erg gehecht aan hun auto en willen die het liefst zo dicht mogelijk bij hun huis parkeren. Iedereen heeft het recht om de ruelle te gebruiken, dus als een paar mensen er willen blijven rijden, valt het plan van een verkeersluwe steeg in duigen. ‘Maar ook dan is er nog van alles mogelijk’, zegt García. Hij wijst op de muurschilderingen op grauwe muren en garagedeuren, plantenbakken, compostbakken en regentonnen, en op de heg, waar ooit een vervallen schutting stond.

Hondenpoep
García is opgegroeid in deze wijk en kent hem dus op zijn duimpje. Hij weet wie enthousiast is en wie moeilijk doet, wie altijd meewerkt, en wie af en toe een herinnering nodig heeft dat de ruelle alleen mooi is als iedereen meehelpt. En hij beseft dat andere stadsdelen voor andere uitdagingen staan. In het centrum van de stad hebben mensen bijvoorbeeld minder binding met hun straat. Ze wonen er maar tijdelijk en bekommeren zich niet erg om de vervallen stukjes weg achter hun huis. Daar veranderen ruelles in schemerige achterafstraatjes waar prostitutie en drugsgebruik een plek vinden. Daar is het opknappen ervan vooral een imagokwestie. García’s collega staat daar zelf onkruid uit te trekken.

In Montréal zijn auto’s overal. Wandelen door de ruelles is een verademing. Je kunt kilometers lang doorlopen, en je vergapen aan de creaties in de ruelles en aan de achterkanten van huizen, want die zijn op zich al fascinerend om te zien. Er is nu zelfs een app met wandelroutes, die je langs de mooiste plekjes voert, of een seintje geeft als je in de buurt van een groene ruelle bent. Het is wachten op een gids die ook toeristen door de steegjes gaat loodsen. Tot die tijd is het er redelijk rustig, en krijg je een heel andere kant van de stad te zien, dan wanneer je het bij voorgevels houdt.

Roberto García wijst op een bordje, waaraan hondenpoepzakjes hangen. ‘Een ongewild bijeffect’, lacht hij. ‘Toen de ruelles nog grauw en grijs waren, kwam er niemand. Inmiddels zijn ze zo opgeknapt, dat mensen er gaan wandelen, en er ook hun hond uitlaten. Hoe mooier de ruelle, hoe meer hondenpoep.’

Dit artikel verscheen eerder in Z!, de Amsterdamse straatkrant.

 

KADER:

Inmiddels zijn in de wijk Rosemont-La Petite Patrie 98 ruelles officieel ‘groen’ verklaard. Daarmee is het stadsdeel koploper in Montréal, waar in totaal nu 300 steegjes zijn aangepakt. Al sinds 1999 wordt er voorzichtig mee geëxperimenteerd, maar sinds 2010 is het project in een stroomversnelling gekomen. In 2016 werd duizend m2 beton ingeruild voor gras en planten.