in Reporters Online, Z!

Aaf Brandt Corstius: ‘Ongemak vind ik erg leuk’

 

‘Ik was eerst van plan om een vluchteling in huis te nemen’, zegt Margje tegen de dakloze Jan. ‘Maar toen belde ik Vluchtelingenwerk, en toen, nou ja, die raadden het me af.’ Jan zit op het puntje van de bank in Margjes huis, en Margje heeft hem net verteld dat hij voor onbepaalde tijd mag blijven logeren. ‘En toen zag ik jou staan en toen dacht ik ineens – ’ Jan: ‘Ook leuk.’ Margje: ‘Haha! Néé.’ En dan: ‘Nou ja, ja! Ja, ook leuk. Nuttig. Góéd. Fijn om iemand te helpen. En diegene hoeft niet per se een vluchteling te zijn.’

Tekst: Brechtje Keulen


‘Ongemak vind ik erg leuk’, zegt Aaf Brandt Corstius, schrijver van het toneelstuk Een flinke linkse vrouw, waarin ongemak inderdaad voortdurend in de lucht hangt. Als Jan vraagt of ze muziek wil aanzetten als hij op de wc zit. Als Jan Margjes naam maar niet kan onthouden, of als Margje Jan herinnert aan zijn uitspraak ‘ik heb mooie verhalen’. Zij is vastbesloten veel te leren van Jan en zijn verhalen. Hij bleek het te hebben over de inhoud van de straatkrant die hij verkoopt.

Een flinke linkse vrouw is de tweede voorstelling van Aaf Brandt Corstius. In 2015 ging het stuk in première, en najaar 2016 volgt een tournee door heel Nederland. Waar haar toneeldebuut, Fiftyfifty, over een stel met een open relatie ging, staat in dit stuk juist de relatie tussen twee relatief onbekenden centraal. Margje kent Jan als de straatkrantverkoper van de supermarkt, Jan weet wat Margje daar koopt, maar veel dieper gaat hun contact niet. Totdat Margje Jan dus uitnodigt om bij haar in te trekken.

Wanneer besloot je dat Jan dakloos moest zijn?

‘Ik begon eigenlijk met het idee voor Margje. Zo’n vrouw die de wereld wil verbeteren; een zorgzame, overbehulpzame vrouw. Ze is bevoorrecht, ze heeft een rijke familie en ze hoeft gewoon helemaal niet te werken. Ze heeft het eigenlijk makkelijk, maar dat maakt het leven niet per se simpeler voor haar.’

Margje neemt het op voor alle mensen en dingen die het minder goed getroffen hebben: ze leert een Somalische vluchteling boodschappen doen bij de supermarkt, net zo lang tot die er genoeg van heeft. Ze bekommert zich om mensen die naar de voedselbank gaan, en ze redt zelfs de afgedankte planten die naast de vuilnisbak staan. ‘Lies [Visschedijk] kan dat heel goed spelen, want die is zelf ook heel zorgzaam’, zegt Brandt Corstius. Visschedijk speelde samen met Marcel Musters ook in Fiftyfifty. Een flinke linkse vrouw is speciaal voor deze twee acteurs van theatergroep mugmetdegoudentand geschreven. ‘Ze hebben allebei heel veel komisch talent, maar ze kunnen ook heel tragisch zijn. Daar kun je veel kanten mee op. Ze kunnen het allemaal.’

En na het idee voor Margje kwam het personage van dakloze Jan.

‘Dat personage heb ik eigenlijk een beetje gebaseerd op Martin Simek. Mijn vriend is met hem bevriend, en ik heb hem goed geobserveerd. Jan is half Nederlands en half Hongaars, Oost-Europees, net als Martin Simek. Ik vind het gewoon heel handig om iemand in mijn hoofd te houden die ik een beetje ken. Dan voel je beter aan hoe iemand praat. Jan is niet Martin Simek, hij zegt ook allerlei dingen die Martin nooit zou zeggen. Maar ook dingen die ik hem precies zo heb horen zeggen.’

‘Je bent niet automatisch een verliezer als je dakloos bent’, zegt Jan op een gegeven moment. Hij voldoet niet aan het stereotype dat Margje verwacht.

‘Het moest geen slachtoffertype zijn, ik wilde geen knuffel van hem maken. Zij verwacht op de een of andere manier heel veel wijsheid van hem, maar hij is vooral heel dominant.’

Jan komt de eerste dag al binnenlopen met een stapel verhuisdozen vol tennisballen en lp’s. Dan blijkt hij gewoon spullen te hebben. Dat deed me denken aan discussies over ‘vluchtelingen met een smartphone’.

‘Ja, ze hebben spullen. Maar als je geen huis of geen land hebt, zijn spullen ook niet alles. Voor het stuk vond ik het heel leuk dat Jan het huis echt overneemt. Het is leuk om Margje te zien schrikken als hij zegt dat hij ook maar tijdelijk geen huis heeft.’

Dan vraagt zij: ben je dan een nepdakloze?

‘Ja, zij heeft een heel idee over daklozen, en hij voldoet daar niet aan.’

Heb je veel contact gehad met daklozen om je te kunnen inleven in zijn personage?

‘Ik was eerst van plan om mensen te gaan interviewen, maar uiteindelijk zit ik toch liever in mijn eigen hoofd te frutsen. Dit stuk is misschien wel een beetje voortgekomen uit een ervaring die ik had met de man die altijd bij onze supermarkt stond. Op een dag hing er een briefje op de deur dat hij was overleden. Ik ben toen naar zijn begrafenis geweest, en daar heb ik ook eerder over geschreven. Ik ging uit nieuwsgierigheid, maar ik dacht ook: wat een leven. Er zitten daar twaalf mensen, zijn familie is er niet, en hij heeft zo lang dit leven geleid. Ik denk dat hij het heel moeilijk heeft gehad. Dat kun je natuurlijk gewoon weten, maar die gebeurtenis heeft me dat wel doen beseffen. Ook als je in Nederland bent, de straatkrant verkoopt, veel aanspraak hebt en bekend bent in de buurt… dan nog is het dus zo dat niet die hele buurt op je begrafenis komt. En dat vond ik toch wel naar om te zien.’

En bij jouw supermarkt kwam een nieuwe verkoper?

‘Een heel sympathieke man, Oost-Europees, met een grote snor. Hij was een tijd weg en toen hij terugkwam, bleek dat hij ziek was geweest. Hij was heel erg afgevallen. Het was echt bizar, je herkende hem bijna niet. Dan vraag ik me wel af: wat speelt daar allemaal? Inmiddels ziet hij er een stuk beter uit. Maar ik ben een beetje verlegen, ik zeg “hoi” en “doei”, en ik heb hem verder niet echt in het stuk gebruikt.’

Aaf Brandt Corstius staat vooral bekend om haar columns (in o.a. de Volkskrant, Onze Taal en VT Wonen) en haar boeken, maar inmiddels ligt er ook een plan voor een derde voorstelling. ‘Weer met Marcel Musters en Lies Visschedijk als acteurs. Dat bevalt heel goed. Als schrijver ben je toch meestal alleen aan het werk, maar bij toneel is het heel leuk dat een voorstelling samen met anderen tot stand komt. Als ik de eerste versie af heb, gaan ze het een keer spelen. Marcel zegt dan bijvoorbeeld weleens over zinnen: “Dit krijg ik zo echt mijn mond niet uit.” Of : “Ik begrijp niet precies wat je daarmee bedoelt.” En dat helpt enorm.’

Is het anders, schrijven voor toneel?

‘Het is heel anders, vooral omdat het fictie is en dat doe ik eigenlijk bijna nooit. Het is heel vrij, maar tegelijkertijd zijn er ook – omdat het toneel is – veel grenzen. Het moet zich daar afspelen, je hebt twee spelers en je hebt een uur de tijd. En alles moet uit de dialogen komen, dat vind ik heel leuk. Eerst had ik veel te veel regieaanwijzingen gegeven en helemaal beschreven hoe het decor eruit zag, net zoals ik in een column of verhaal zou doen. Toen hadden de decorontwerpers zoiets van: Aaf, dat regelen we zelf wel.’

Ga je mee op tournee?

‘Ik denk dat ik best vaak zal gaan kijken. Het is heel leuk om te zien hoe verschillende zalen erop reageren en ik vind het ook gezellig. Dit stuk speelt ook gewoon een beperkte tijd, en daarna is het er niet meer. Dus hoe vaak heb je de kans?’

Was je Een flinke linkse vrouw eigenlijk al aan het schrijven toen vorig jaar veel vluchtelingen naar Nederland kwamen?

‘Ik had de eerste versie toen net af, en ik dacht: eigenlijk is dit wel heel toevallig. Het leek precies op wat iedereen toen besprak.’

Moet ik zelf een vluchteling in huis nemen?

‘Die vraag speelde ineens.’

Had Jan ook een vluchteling kunnen zijn?

‘Nee, dan was het een heel ander stuk geworden. Dat paste niet bij de manier waarop Margje en Jan contact met elkaar hebben. Er waren natuurlijk wel cultuurverschillen tussen die twee, maar hij woont hier wel al heel erg lang en heeft een Nederlandse moeder. Margje en Jan zijn eigenlijk al een soort kennissen van elkaar. Die vertrouwdheid zocht ik. Je zou ook een heel mooi stuk kunnen maken over iemand met een vluchteling hoor, maar dat zou wel iets heel anders worden.’

Wat karakteriseert de relatie tussen Jan en Margje?

‘Het ongemak, alle verwachtingen die niet waargemaakt worden, toch ook een beetje de man-vrouwspanning, en het idee dat ze dit allebei moeten volhouden. Margje heeft nu eenmaal besloten dat ze iemand in haar huis wil verzorgen, en dat komt Jan heel goed uit.’

Uiteindelijk blijkt liefdadigheid voor Margje ook niet genoeg.

‘Ze geeft het niet toe, zelfs niet aan zichzelf, maar het is heel duidelijk dat ze af en toe denkt: wat is dit eigenlijk voor een gast? Waar ben ik eigenlijk aan begonnen? Het is ook wel weer goed dat mensen daar vooraf niet te veel over nadenken misschien. Ik doe dat zelf heel erg, en dat houdt me wel tegen om veel goeds te doen. Ik zou helemaal gek worden als ik zo’n overbemoeierig iemand als Margje om me heen had. Ze is heel irritant, maar aan de andere kant denk ik ook: dit is wel het type waardoor er nog eens iets gebeurt in de wereld. Je kan er wel heel lacherig over doen, maar zulke mensen zijn ook heel essentieel en heel dapper. En de situatie van Jan vind ik ook ongeveer de lastigst denkbare situatie. Op een bank, in een klein huisje, nul privacy. Dat zou voor mij een soort hel zijn, echt heel erg. Helpen en hulp ontvangen, en weten wanneer je het goed doet, dat is echt heel moeilijk.’

 

Een flinke linkse vrouw was tussen 1 oktober en 17 december 2016 op tournee door Nederland. Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Z!, de Amsterdamse straatkrant.